Hoe het volkomen fout kan gaan
In het voorjaar van 2009 heeft de stichting een erfenis ontvangen van wijlen Margareth Briggs uit Canada. Margareth heeft Jozef Rulof persoonlijk gekend en met hem schriftelijke correspondentie gevoerd. Ze heeft vrijwillig een aantal boeken van de Meesters vertaald in het Engels. Door het geld van haar erfenis kan de stichting zaken uit het verleden (zoals het faillissement van Stichting Wayti Uitgeverij) een 'voldoeninggevende' afloop bezorgen en hoopvol naar de toekomst kijken. De afhandeling van deze erfenis verliep heel vlot, omdat Margareth een deugdelijk testament had opgesteld dat aan alle vereisten voldeed. Zij had zich blijkbaar goed laten voorlichten omtrent alle zaken die in een testament beschreven kunnen worden.
In hetzelfde voorjaar heeft de stichting echter ook een andere erfenis 'ontvangen' die veel minder rooskleurig verliep. De situatie is zo schrijnend dat we besloten hebben om een speciale 'topic' aan testamenten te wijden, in de hoop dat we een dergelijke situatie niet meer hoeven mee te maken. De afhandeling van deze erfenis is een schoolvoorbeeld hoe het volkomen fout kan gaan…
De 'erflaatster' in kwestie had in het jaar 2000 een testament laten opmaken waarin ze 2/3 van haar bezittingen zou nalaten aan Stichting GWG "De Eeuw van Christus". Deze mevrouw had geen kinderen en had al jaren geen contact meer met haar familieleden, die haar naar haar beleving veel leed hadden aangedaan. Tot zover was alles goed geregeld, zou men zo denken.
Enkele jaren na het opstellen van haar testament werd deze mevrouw dement. Het dementeringsproces voltrok zich geleidelijk en na een paar jaar was mevrouw zo dement dat ze niet meer voor zichzelf kon zorgen (ze liet na het koken het gas aanstaan enz.). De buurvrouw die het dementeringsproces volgde, liet haar familie weten dat ze hulp nodig had. Haar familie antwoordde telefonisch dat mevrouw kon stikken, ze wilden niets met haar te maken hebben. De buurvrouw consulteerde vervolgens een dokter die regelde dat mevrouw opgenomen kon worden in een verzorgingstehuis. Na haar overlijden horen we van een notaris dat ons een erfenis is toebedeeld. De notaris die haar testament afhandelt is echter op een probleem gestuit. Wat blijkt: een maand vóór haar overlijden is al haar geld van haar bankrekening gehaald. Meer dan € 200.000 is overgeschreven naar de bankrekening van haar broer. Na het opvragen van het betalingsafschrift blijkt dat het papier de handtekening van mevrouw bevat.
De notaris heeft samen met een advocaat de hele opzet jarenlang grondig onderzocht. Alle ondervraagde betrokkenen weten en zeggen mondeling dat mevrouw op het einde van haar leven zó dement was dat ze echt niet meer geweten zal hebben dat ze haar handtekening heeft gezet, en nog minder onder wat. In die tijd herkende ze zelfs haar beste vrienden niet meer, noch haar buurvrouw of haar familieleden.
Wanneer de deskundige betrokkenen gevraagd worden schriftelijk te bevestigen dat mevrouw dement was geworden in die mate dat ze totaal niet meer wist wat ze deed, weigeren alle deskundige betrokkenen dit te doen en verwijzen ze naar het medisch beroepsgeheim. Zowel de huisarts als de behandelende artsen in het verzorgingstehuis, als de indicatiecommissie die de doorverwijzing gaf, verklaren dat ze niets kunnen zeggen vanwege de 'privacy-wetgeving'. Juridisch onderzoek bevestigt hun standpunt: in Nederland behoort 'dementie' tot het medisch beroepsgeheim en zwart op wit krijg je dus van niemand de bevestiging van wat iedere betrokkene weet: dat mevrouw totaal niet meer wist wat ze deed.
Bevestigd werd wel dat deze mevrouw in de laatste maanden van haar leven een keer opgehaald werd door de dochter van haar broer, om op bezoek te gaan bij haar 'dierbare' familie, tijdens welk bezoek blijkbaar de betalingsopdracht getekend is.
Ons wordt het hele geval voorgelegd met de vraag wat wij willen doen. Wat blijkt: wij kunnen niets doen, hoewel we logisch kunnen veronderstellen dat mevrouw haar geld aan de stichting wilde nalaten, omdat ze dat in vol bewustzijn bij een notaris heeft laten vastleggen. We zouden ons zelfs kunnen voorstellen dat mevrouw als geestelijke persoon naast ons staat en graag wenst dat haar wil - vastgelegd in haar testament - uitgevoerd wordt, maar we kunnen desondanks NIETS doen. Ook de twee notarissen die deze zaak bekeken hebben vinden deze gang van zaken schrijnend, maar staan machteloos.