Saneren
De structuur en maatschappelijk omvang van Wayti was destijds opgezet op basis van de omzet van 2002. Hierna volgden dalingen van inkomsten, waardoor Wayti in financiële problemen kwam. Er waren te weinig inkomsten in verhouding tot het uitgavenpatroon. Daarom keurde het bestuur van Wayti in februari 2006 een grondig saneringsplan goed. Alle uitgaven werden onder de loep genomen, en het bestuur berekende hoeveel ze zou moeten snoeien om inkomsten en uitgaven weer in balans te brengen. Werknemers werden ontslagen, vertalingen geminderd en algemene kosten omlaag gehaald. Een essentieel onderdeel van het saneringsplan was het annuleren van de kantoorhuurlast. Het grote kantoor en magazijn waren in 2002 nuttig voor het organiseren van alle activiteiten die Wayti toen ondernam, maar in 2006 was die situatie volkomen veranderd. Hierdoor was het kantoor een last geworden, waarvan de huur niet meer opgebracht kon worden door de inkomsten. Bovendien was het ook niet meer verantwoord zoveel geld uit te geven aan huur, aangezien de ruimte niet meer gebruikt kon worden voor al die activiteiten. Het bestuur van Wayti had namelijk berekend dat de sanering alleen kon slagen als de enige overgebleven werknemer en de vrijwilligers van de uitgeverij thuis zouden gaan werken en de kosten voor dat thuiswerken zelf zouden dragen. Voor de boekenverzending werd een beroep gedaan op een externe gespecialiseerde firma. Dat bleek in de financiële berekeningen uiteindelijk goedkoper dan het in eigen beheer uitvoeren van de verzending, zelfs met vrijwilligers, omwille van de reiskosten en andere vaste kantoor- en magazijnkosten bij de verzending in eigen beheer.
Bij het annuleren van de huurlast was er echter één probleem: er was een huurcontract dat nog liep tot 2009. Dus zodra het bestuur van Wayti zicht had op de jaarcijfers van 2005 bracht het haar benarde situatie onder ogen van de verhuurder. Hij werd uitgenodigd in de bestuursvergadering van 14 februari 2006 en het bestuur vroeg hem om de huurovereenkomst voortijdig te ontbinden. Het bestuur liet de ernst van de situatie zien door hem te informeren dat anders het faillissement van de stichting niet afgewend zou kunnen worden. De verhuurder wilde echter op geen enkele wijze met het bestuur overleg plegen over een voortijdige ontbinding van het huurcontract. Het bestuur van Wayti bood vervolgens op 3 mei 2006 aan om zelf voor een andere huurder of onderhuurder te zorgen, zodat hij geen financiële schade zou lijden, maar ook dat stuitte op het veto van de verhuurder.
In januari 2007 verlieten de medewerkers van Wayti het kantoorpand omdat de reiskosten en vaste kantoorkosten niet meer opgebracht konden worden. Wayti schakelde over op thuiswerken en kon toch de levering van boeken continueren door het goed uitvoeren van een doordachte reorganisatie. Maar de verhuurder spande een kort geding tegen Wayti aan om de uitgeverij te dwingen opnieuw naar zijn kantoor terug te keren. Bovendien stuurde hij op 2 april 2007 een 'boetefactuur' ter hoogte van € 22.312,50, als boete voor het gegeven dat Wayti het pand in januari 2007 verlaten had. Op dat moment was het dus al bijna 14 maanden geleden dat Wayti de verhuurder op de hoogte had gebracht van haar financiële moeilijkheden.